Auteursarchief: Energiefabriek 013

Woningen van rond de eeuwwisseling verduurzamen

Bewoners van huizen die rond de eeuwwisseling zijn gebouwd zijn misschien wel het lastigst te mobiliseren om de schil van hun woning te verbeteren. Vanaf 1992 was de eis voor nieuwbouwwoningen een Rc-waarde van minstens 2,5 voor zowel het dak en de gevel als de vloer. Die eis zit nog lang niet op het niveau als de huidige eisen (4,5 voor de gevel, 6,0 voor het dak en 3,5 voor de vloer), maar voor hun gevoel zitten deze bewoners in een nieuw en comfortabel huis. Daarmee zijn woningen van rond de eeuwwisseling echter nog niet geschikt voor laagtemperatuurverwarming, legt Hubert-Jan Busch, passiefhuisspecialist bij Stostelt Busch, uit. “Vaak zijn de Rc-waarden van de huizen die rond 2000 zijn gebouwd iets hoger dan voorgeschreven in het Bouwbesluit, maar dat is nog steeds niet voldoende om efficiënt gebruik te kunnen maken van een warmtepomp.”

Sinds 1965 zijn de isolatie-eisen steeds strenger geworden.

‘Lage isolatiewaarden glas leidt tot koudeval’

Dat laatste heeft onder andere te maken met het feit dat balansventilatie veelal ontbreekt en er door de natuurlijke aanvoer van ventilatiesysteem C veel warmteverlies optreedt. “En ten tweede is het glas in deze woningen een punt van aandacht”, aldus Busch. “Rond de eeuwwisseling werd glas toegepast met een U-waarde 2,6 W/m²K. Pas in 2005 werd die norm aangescherpt tot Ug 1,6 (‘g’ staat voor glas. -red.). Hierdoor ontstaan koudeval en gebrek aan comfort. Bij deze woningen is het moeilijk om de ruimtes energiezuinig en comfortabel te verwarmen met alleen vloerverwarming, zeggen sommige experts. Hun motivatie is dat vloerverwarming in het voor- en najaar (als de temperatuurverschillen groot zijn) niet altijd snel genoeg reageert op de koude luchtstroming langs de binnengevel. Om die koudeval op te vangen, raden zij vloerverwarming en laagtemperatuurradiatoren aan.”

‘Vloerverwarming is niet traag’

Zelf denkt Busch dat vloerverwarming volstaat. “Ik zal nooit zeggen dat vloerverwarming traag is, dat is namelijk niet zo. Vloerverwarming wordt pas trager als bewoners ’s nachts de temperatuur een paar graden lager zetten. Als de temperatuur constant wordt gehouden, is er niets aan de hand en draagt vloerverwarming bij aan een stabiel en comfortabel binnenklimaat.” Natuurlijk kan ook worden gekozen voor nieuwe ruiten. Een tip is om daarbij te kiezen voor HR++ glas gevuld met argongas. De U-waarde (warmtetransmissie) van dit glas bedraagt 0,9 W/m2K volgens de norm EN 1279.”

Toekomstgerichte oplossingen

Voor woningen van rond de laatste eeuwwisseling raadt Busch aan om bij verbouwingen te kiezen voor de meest toekomstgerichte oplossingen. “Denk daarbij aan balansventilatie en een schil met isolatiewaarden op nieuwbouwniveau. Dat verbetert het comfort, en de woning wordt couranter. Voor het efficiënt laten functioneren van een warmtepomp is het niet nodig om een woning bijvoorbeeld naar Passiefhuisniveau te renoveren of te voldoen aan de huidige eisen. Maar er zijn nog dertig jaar te gaan tot 2050, en in die tijd zullen de eisen worden bijgesteld. Door nu op natuurlijke vervangingsmomenten te kiezen voor hoogwaardige oplossingen – dus een nieuw dak, buitengevelisolatie, HR++ glas en ventilatie met warmteterugwinning – is de woning op de toekomst voorbereid.”

Uitgangspunten voor Passiefhuis

Willen bewoners een stap verder gaan en hun huis renoveren naar Passiefhuisniveau, dan zijn de uitgangspunten anders. Daarbij zijn niet de isolatiewaarden maar is de energievraag leidend. Busch: “Een passiefhuis heeft een maximale warmtevraag van 15 kWh/m²/jaar. Er wordt uitgegaan van vijf pijlers: uitstekende schilisolatie, luchtdichte gebouwschil, triple glas, ventilatie met wtw/balans en minimale thermische lekken Dat laatste is echt een punt van aandacht. Houten voordeuren trekken in de loop der jaren vaak krom, door de brievenbus en het kattenluik komt een stroom koude lucht naar binnen én – een klassieker – denk ook aan de meterkast. Daar tocht het behoorlijk.”

Kosten van isolerende maatregelen

Aan de ingrijpende maatregelen die moeten worden getroffen, hangt een prijskaartje. “Wenselijk is om de gevel en het dak te isoleren naar Rc-waarden van minimaal 6,84. Dat is alleen mogelijk als het dak vervangen wordt en daarbij goed wordt gelet op de doorvoeren van bijvoorbeeld de ventilatie en de aansluitingen van de zonnepanelen. De kosten voor een nieuw dak bedragen ongeveer 100 euro per m². De gevel renoveren naar Passiefhuisniveau kan alleen met buitengevelisolatie (vanaf 100 euro per m²). Triple glas kost inclusief kozijnen circa 180 euro per m², en dan komen er nog kosten bij voor eventueel nieuwe deuren.”

‘Ondergeschikte installatiecomponent bij passiefhuizen’

Een voordeel is er wel: de aanschafkosten voor een warmtepomp vervallen. “In principe worden passiefhuizen verwarmd door een balansventilatiesysteem met naverwarming. Er is echter iets vreemds aan de hand: bij passiefhuizen is de installatiecomponent ondergeschikt omdat een WTW-systeem en een voorziening voor warmtapwater volstaan. Een kleine warmtepomp in een passiefhuis plaatsen kan, maar is eerlijk gezegd niet nodig. Het gevraagde vermogen van een passieve woning bedraagt slechts 500 tot 800 W, in het onvoordeligste geval 1,2 kW. De kleinste warmtepompen leveren nog altijd 2 kW en zijn daardoor te groot.”

Bron: www.vakbladwarmtepompen.nl, 11 november 2019 

Door: Katja van Roosmalen

Slimme elektriciteitsnetten in de wijk

De samenleving elektrificeert. Ook ons transport gaat mee in deze duurzame ontwikkeling. Het huidige elektriciteitsnet is niet altijd berekend op de grote hoeveelheden kilowatts die bijvoorbeeld zonnepanelen op het net brengen. Datzelfde geldt voor de groeiende vraag naar elektriciteit, nu steeds meer huishoudens een warmtepomp hebben en elektrisch rijden. Hoe kunnen slimme laadpalen het elektriciteitsnet ontlasten?

Van de nieuwe auto’s die vorig jaar in Nederland werden verkocht, was 6,7 procent elektrisch. Daarmee staat ons land op plek vier in Europa, na Noorwegen, IJsland en Zweden. In Nederland zijn we bovendien absolute frontrunners als het gaat om de laadinfrastructuur. Dat is niet alleen dankzij het uitgebreide roaming-netwerk, waardoor je met dezelfde laadpas vrijwel overal in Nederland terecht kunt. Ook zijn slimme softwareoplossingen volop in ontwikkeling. Drie trends op een rij.

Flexpowerpalen

Volgens Basten de Jonge, chargepoint engineer bij Vattenfall, is het verzwaren van het elektriciteitsnet niet noodzakelijk. “Door de inzet van slimme software kunnen we het net op wijkniveau ontlasten. Je kunt je voorstellen dat het net ’s avonds een enorme piek te verwerken heeft wanneer mensen thuiskomen, er steeds meer auto’s worden ingeplugd en een heleboel elektrische apparaten aangaan. Met slimme software, de zogeheten flexpoweroplossingen, kunnen we elektrische auto’s gestuurd opladen. Een paal die normaal 22 kWh levert, passen we op piekmomenten aan tot bijvoorbeeld 11 kWh. Daarmee ontlasten we het elektriciteitsnet. Andersom geldt hetzelfde: als we weten dat de zon sterk gaat schijnen, maar de afname door huishoudens laag is, kunnen we de laadsnelheid voor de auto hoger instellen.”
Amsterdam is de eerste plek ter wereld waar de flexpowerpalen afgelopen voorjaar zijn geïntroduceerd, vertelt Pieter van Ommeren, directeur e-mobility bij Vattenfall. Hiervoor werkt zijn bedrijf nauw samen met de gemeente en de netbeheerder. “De netbeheerder schat in hoe druk het de volgende dag op het net zal worden: dus hoeveel energie er nodig is én hoeveel energie er op het net komt door bijvoorbeeld zonnepanelen en windparken. Dat profiel sturen ze vervolgens naar ons en op basis hiervan stellen wij de laadpalen automatisch in op het juiste vermogen. Mogelijk worden die profielen in de toekomst meer realtime verstuurd, zodat we het net nog beter kunnen balanceren.”

Via deze software en zonder fysieke aanpassingen aan de paal zelf kunnen zelfs oudere laadpalen flexpowerpalen worden. Daarnaast zijn er steeds meer laadpalen op de markt die al ingesteld zijn op het slim verdelen van vermogens. De elektrische rijder heeft hier zelf ook de hand in. Zo kun je de auto bij thuiskomst alvast in de laadpaal pluggen, waarna je de auto zo instelt dat deze pas de volgende dag om zeven uur ’s ochtends volledig opgeladen hoeft te zijn.

Dynamic load balancing

Een gemiddeld huishouden kan al een behoorlijke belasting zijn voor een één of drie fasen aansluiting, bijvoorbeeld door het tegelijkertijd gebruiken van de inductiekookplaat, waterkoker, oven en warmtepomp. Er is dan nog maar weinig vermogen beschikbaar voor het opladen van de elektrische auto. De Jonge: “Om te voorkomen dat de stoppen eruit vliegen, is het mogelijk om op basis van het actuele stroomverbruik van een huishouden het beschikbare vermogen voor de laadpaal automatisch aan te passen. Slimme meters, die in steeds meer woningen te vinden zijn, geven deze gegevens door. Is iemand elektrisch aan het koken, dan laadt de auto tijdelijk iets minder snel op. Dit maakt het mogelijk optimaal gebruik te maken van de beschikbare aansluiting.”

Vehicle-to-grid

Doordat steeds meer mensen en bedrijven via de zonnepanelen op hun dak terug leveren aan het net, staan opslagmogelijkheden voor deze energie sterk in de belangstelling. “Omdat een elektrische auto in feite een grote batterij op wielen is, kan deze opslag een rol spelen in het ontlasten van het net,” vertelt De Jonge. Op dit moment kunnen veel elektrische auto’s nog niet terug leveren aan het net, maar er komen steeds meer modellen op de markt die daar wel toe in staat zijn.
De Jonge legt uit hoe deze vehicle-to-grid oplossing werkt: “Stel we hebben ’s nachts dankzij windmolens een overschot aan stroom. Met deze stroom kunnen we de elektrische auto’s opladen. Als de volgende dag de wind is gaan liggen, de zon niet echt schijnt en de gebruiker de auto die dag niet gebruikt, dan kun je de capaciteit uit die auto weer gebruiken om het huishouden te voeden. Om de auto op deze manier in te zetten, is de inbreng van de gebruiker van groot belang. Deze kan instellen op welk moment de auto weer volledig opgeladen moet zijn. Het grote voordeel van dit soort energiemanagement is dat je deels het net omzeilt en zo lokale, slimme energieoplossingen creëert.”

Door Robert Portier

Bron: www.energieplus.nl22 januari 2020

Een zonnige toekomst met PVT-panelen?

Als we het hebben over duurzaam energie opwekken, dan denken we vaak als eerste aan zonnepanelen, die elektrische energie leveren. Zonnepanelen zijn inmiddels rendabel en ingeburgerd. Maar …. gemiddeld gebruikt een huishouden drie keer zoveel energie aan warmte dan aan elektriciteit. Het duurzaam opwekken van warmte is echter heel wat lastiger (en duurder), zeker bij bestaande bouw. Dan komt al snel de warmtepomp om de hoek kijken.

Warmtepompen

Er zijn meerdere soorten warmtepompen voor verschillende situaties. Voor individuele (bestaande) woningen komt een lucht-water warmtepomp het meest in aanmerking maar die kent wel diverse nadelen: een forse buitenunit met een grote ventilator, die geluid produceert. Aan dat laatste worden weliswaar normen gesteld, maar toch.

Op internet is heel veel uitleg te vinden over de werking van een warmtepomp. Belangrijk daarbij is te weten:

  • dat er altijd een bron moet zijn die zijn warmte afstaat aan een koudemiddel. Die bron kan zijn de buitenlucht, de bodem, het oppervlaktewater enz. Bedenk dat zelfs bronnen (ver) onder het vriespunt nog warmte bevatten.
  • dat elektrische energie moet worden toegevoerd om de warmtepomp zijn werk te laten doen. Gelukkig komt er (veel) meer energie uit de warmtepomp dan dat erin gaat. De geleverde warmte-energie uit de warmtepomp is – afhankelijk van de omstandigheden – drie tot vijf keer zo groot dan de elektrische energie, die erin gaat. Die verhouding noemen we COP.

PVT-panelen in opmars

Hoewel al veel langer bekend, zijn PVT panelen de laatste tijd in opmars. Wat zijn PVT panelen?  PVT is een samenvoeging van PV en T.  PV staat voor Photo-Voltaïsch. Dat is het gewone bekende zonnepaneel. De T staat voor Thermisch. Dat is een zonnecollector. Een PVT paneel is dus een combinatie van een zonnepaneel en een zonnecollector ineen.

Achter (onder) het zonnepaneel zit de zonnecollector. Die zonnecollector vangt de warmte van de zon op die door of achterlangs het zonnepaneel gaat. Deze collector bestaat uit een buizensysteem gevuld met een vloeistofmengsel van water en glycol. Het glycol kan veel warmte opnemen en zorgt er tevens voor dat deze vloeistof niet kan bevriezen. Het water-glycol mengsel wordt eerst door de  PVT panelen gepompt, warmt daar op en gaat vervolgens naar de warmtepomp. Daar geeft het warmte af aan het koudemiddel en stroomt dan terug naar de panelen. Voordelen van een zonnecollector boven een zonnepaneel zijn dat een zonnecollector zelfs opwarmt bij bewolkt en koud weer en veel minder richtingsgevoelig is. Daarbij wordt bij warm weer het zonnepaneel door de zonnecollector gekoeld waardoor het rendement van het zonnepaneel stijgt. 

Hoeveel panelen

Hoeveel van deze panelen heb je nu nodig om je huis van het aardgas te halen? Dat varieert per leverancier maar voor een warmtepomp van 4 kW zijn dat ongeveer 10 panelen. Het grote voordeel is ook dat je met die 10 panelen minstens de benodigde elektriciteit kunt opwekken voor de warmtepomp. Niet alleen kun je zo van het aardgas af maar is je woning ook nog bijna energieneutraal. Een PVT-paneel vertegenwoordigt dus het beste van twee werelden. En dat zonder een grote logge buitenunit met een ventilator die geluid produceert.

Maar ik heb al zonnepanelen, zul je zeggen. Kunnen die nu op de schroothoop? Neen, er zijn losse T-delen te koop die je achter/onder zonnepaneel kunt laten monteren en zo van je zonnepaneel een PVT paneel maken.

Alternatief

Voor diegenen die een warmtepomp willen laten plaatsen kan een warmtepomp met PVT-panelen dus een goed alternatief zijn voor een lucht-warmtepomp. Wat zou je kunnen weerhouden? Warmtepompen zijn enorm in ontwikkeling. Nu nog gebruiken veel warmtepompen als koudemiddel R410A, dat milieutechnisch nadelen kent. De nieuwste warmtepompen gebruiken een natuurlijk koudemiddel zoals propaan. Verder is de hoogste afgiftetemperatuur nu nog 55 C en dat is te laag voor matig geïsoleerde woningen en voor de warmwatervoorziening. Sinds kort leveren de nieuwste warmtepompen temperaturen van 70 C. 

Februari 2020,

Marc Vintges

Wijk in beeld

John Kwaks heeft, in opdracht van de gemeente Tilburg, het wijkassessment ontwikkeld. In dit wijkassessment wordt een gestructureerd beeld geschetst van een Tilburgse wijk en de verschillende buurten in die wijk. Dit beeld dient als uitgangspunt voor de partijen die samen een plan van aanpak willen ontwikkelen om de wijk energieneutraal, CO2– neutraal of aardgasvrij te maken. In het wijkassessment wordt een grote hoeveelheid informatie geanalyseerd. Wat is de sociaaleconomische situatie, wat voor huizen staan er, hoe is de wijk opgebouwd, wat voor infrastructuur is er, wat voor sociale netwerken zijn er, welke plannen zijn er voor de wijk, wat is de recente geschiedenis, welke informatiekanalen zijn er beschikbaar, etc. Het beeld wordt voorgelegd aan mensen die de wijk goed kennen. Wordt het bijvoorbeeld herkend door bewoners? Tenslotte wordt geformuleerd welke acties uitgevoerd kunnen worden, voor welke doelgroep, met welke (communicatie)middelen en waar het aan bijdraagt. Deze acties zijn gebaseerd op wetenschappelijke inzichten en professionele praktijkkennis.

Een voorbeeld uit het wijkassessment voor de wijk Quirijnstok: ‘Biedt veel mogelijkheden aan om te besparen, ondersteund door collectieve inkoopacties. Denk hierbij ook aan het aanbieden van collectieve inkoopacties van bijvoorbeeld isolatiematerialen voor bewoners, die zelf aan de gang willen gaan. Benader de Noordraad Heikant/Quirijnstok om teams van klushulpen op te zetten: actieve en handige wijkbewoners, die (oudere) medebewoners willen helpen om de isolatie aan te brengen. In lijn met de rapportage van CE Delft moeten de inspanningen gericht zijn op het ophogen van het energielabel naar B door isolatiemaatregelen.’ 

De wijkassessments zijn besproken in twee kennissessies in januari en februari in de LocHal. Geert Verbong (TU Eindhoven), Martijn Groenleer (Universiteit van Tilburg), Anke van Hal (Universiteit Nijenrode) en Mieke Oostra (Hogeschool Utrecht) gingen vanuit hun eigen vakgebied in op het wijkassessment en gaven aan hoe het wijkassessment in de praktijk toegepast kan worden.

Het wijkassessment is gemaakt voor de vijf Tilburgse wijken in het SMILE-project: Quirijnstok, De Blaak, Theresia, De Kuil (Udenhout) en Het Zand. Of het wijkassessment ook toegepast gaat worden in andere wijken is op dit moment niet duidelijk. De wijkassessments zijn helaas (nog) niet openbaar.

Column: Lekkere warme stad

Het leek zo’n mooi vooruitzicht: steeds vaker lekker buiten zitten, de korte broek aan en heerlijk van het zonnetje genieten. Maar regelmatig hebben we er genoeg van. Zelfs op de radio klinkt dan: hou ramen en deuren gesloten! Dat is niet nodig vanwege een bedreiging door giftige dampen of roetdeeltjes, maar gewoon omdat we ons huis en ons hoofd koel willen houden.

De gemiddelde temperatuur in Nederland stijgt al jaren en we hebben daar ook steeds meer last van. Natuurlijk zijn er van die super-Tilburgers die er niets van merken en iedere nieuwe hittegolf met enthousiasme begroeten. Maar als je je wat beter kijkt, zorgen de zomermaanden voor een extreem woon- en leefklimaat, dat voor zowel mensen als planten en dieren grote gevolgen heeft. In eerste instantie hebben gezonde volwassen mensen er het minste last van, maar voor bijvoorbeeld jonge kinderen en ouderen kan het zelfs levensbedreigend zijn. 

Dat de aarde opwarmt is veel in het nieuws, maar je hoort nog te weinig dat in een stad het nadelig effect extra versterkt wordt. Iedereen heeft weleens ervaren hoe warm het in de stad is. Je rijdt ’s avond vanuit het buitengebied de stad binnen en de warme komt je tegemoet. In Tilburg kan het dan wel 5 graden warmer zijn dan buiten de stad. Dat komt vooral door al die stenen in de stad. Die nemen overdag in het zonnetje lekker alle warmte op. Als de zon weg is, begint die stenige stad de warmte weer langzaam los te laten. Pas aan het eind van de nacht hebben de stenen en beton van huizen, straten en trottoirs het grootste deel van de warmte pas uitgestraald. 

Het probleem is grotendeels op te lossen door er voor te zorgen dat er minder stenen in de stad zijn. Huizen en flats bouw je wel vaak van steen en beton, maar de omgeving kan veel groener. Meer groen in de straat zorgt voor meer koelte en een fijner leefklimaat. Niet van dat geschilderde groen zoals op de Schouwburgring, maar groene voor- en geveltuinen. En dat zijn nog maar enkele voorbeelden van wat een Tilburger zelf aan het hitte-probleem kan doen.

Rob Vereijken