Auteursarchief: Energiefabriek 013

Radiatoren voor lage temperaturen

Het is geen gewoonte van de Energiefabriek013 om voor een bepaald merk reclame te maken. Maar Jaga is ontegenzeggelijk voorloper bij ontwikkelingen om radiatoren en convectoren energiezuiniger en geschikt voor lagere temperaturen te maken. Daarbij werkt Jaga in de keten veel samen met andere fabrikanten. Reden om voor dit artikel een uitzondering op de regel te maken.

Idealistische fabrikant radiatoren over concepten, leasen, verwarmen én koelen

Bron: Vakblad Warmtepompen, 17 januari 2020

Met kreten als ‘Innovate or die’ schuift convectorfabrikant Jaga zijn visie niet onder stoelen of banken, zo blijkt tijdens een bezoek aan de Jaga-fabriek in het Belgische Diepenbeek. Het bedrijf vindt samenwerking belangrijk om woningen op grote schaal te verduurzamen. Niet alleen met leveranciers om concepten te ontwikkelen, maar ook met financiers om leaseconstructies op te tuigen. 

Jaga werd in 1962 opgericht door de broers Jan en Gaston, die uit de beginletters van hun voornamen de bedrijfsnaam hebben samengesteld. Ze hadden een werkplaats waarin ze op aanvraag uiteenlopende producten fabriceerden: van tuinhekken tot kroonluchters en juwelen. Daarmee waren ze actief tot een klant hen vroeg een radiator te maken. Vervolgens ontstond het idee om zich in dit soort producten te specialiseren.


Airconditioners als inspiratiebron

De radiatoren die de broers gingen produceren waren anders dan de gangbare modellen zoals we die ook in Nederland kennen. Ze werden geïnspireerd door een artikel over airconditionings in de Verenigde Staten, die daar destijds in opmars waren. Het principe van warmteoverdracht via koperen pijpen en lamellen werd van die techniek overgenomen. “En eigenlijk doen we nog steeds hetzelfde”, aldus Bert Kriekels, een van de opvolgers van Jan en Gaston bij Jaga, en verantwoordelijk voor de verkoop. “Koperen buisje, lamellen van aluminium, en een kastje eromheen, voor op de vloer, aan de wand of in het plafond.”

‘Koeling belangrijker dan verwarming’

Terwijl aan de radiatoren, waar later ventilatoren aan werden toegevoegd, niet veel veranderde, heeft de functie van de apparaten wel een verandering doorgemaakt. “Ze werden jarenlang alleen voor verwarming gebruikt, maar nu ook voor koeling. In nieuwe huizen is koelen zelfs belangrijker dan verwarmen.” Kriekels vergelijkt die nieuwe huizen met thermosflessen. ”Ze zijn zo goed geïsoleerd dat voor een prettig binnenklimaat over een heel jaar genomen meer koeling dan verwarming nodig is.”

Oude radiatoren vervangen door LTV

In de visie van Kriekels zijn woningen van na 1995 al zo goed geïsoleerd dat ze zonder aanpassingen aan de schil kunnen worden verwarmd en gekoeld met een warmtepomp. “Daarbij moeten de oude radiatoren worden vervangen door laagtemperatuurradiatoren. De laagste temperatuur om mee te koelen is 18 °C. Als je naar een lagere temperatuur gaat, ontstaat er condens”, stelt Kriekels.

‘Vloerverwarming is een traag systeem’

In combinatie met een warmtepomp wordt meestal gekozen voor vloerverwarming. Volgens Kriekels ten onrechte. Niet alleen vanwege commerciële redenen, maar ook omdat vloerverwarming volgens hem niet goed regelbaar is. “Er moet eerst een grote massa aan beton worden opgewarmd voordat de energie aan een ruimte wordt overgedragen. Dat maakt vloerverwarming een traag systeem. In een slecht geïsoleerde woning is dat niet zo’n groot probleem, maar in een huis met een goede schil is een systeem dat directer reageert beter”, luidt de visie van Kriekels, die erop wijst dat de Jaga-toestellen een kleine massa hebben die alleen warmte of koeling afgeven als dat nodig is.

 ‘Nonstop verwarmen leidt tot energieverspilling’

Kriekels vraagt zich af waarom woningen dag en nacht op temperatuur moeten worden gehouden. “Overdag is dat vaak niet nodig, omdat mensen dan op hun werk zijn, en ’s nachts ook niet omdat ze dan slapen.” Volgens Kriekels zorgt dat voor energieverspilling die kan worden voorkomen door gebruik te maken van radiatoren. “In een proefruimte op ons bedrijf hebben we gemeten dat het energieverbruik bij 16 uur verwarmen, van 8 uur ’s morgens tot 12 uur ’s nachts, 30 procent lager ligt dan bij 24 uur verwarmen.”

De kostendrempel van verduurzaming

Kriekels en zijn collega’s beseffen dat het verduurzamen van bestaande woningen kostbaar is en dat de kosten voor veel particulieren een obstakel vormen. De kostendrempel moet dus worden verlaagd. Daarom gelooft Jaga in verduurzamingsconcepten en in leasing als financieringsvorm. Het traditionele concept waarbij een aannemer alles bij elkaar zoekt past minder bij de verduurzaming van huizen. Dat komt vooral doordat verwarming met een warmtepomp ingewikkelder is dan met een cv-ketel.

Duurzame technieken combineren

“Met concepten willen we huiseigenaren een garantie voor een goed binnenklimaat bieden”, zegt Kriekels, die aangeeft dat zijn bedrijf zich graag bij concepten aansluit. Het een andere aanpak binnen de bouw en installatie waarmee de verduurzamings-slag mogelijk wordt gemaakt. De technieken bestaan al, maar ze moeten wel op de juiste manier worden gecombineerd. En mensen willen niet meer betalen dan ze nu doen. Dat kan met leasen.”

‘Banken zijn nog huiverig’

Kriekels beseft dat de financiering met leasing gemakkelijker is gezegd dan gedaan. “Belangrijk is dat eigenaren zich in een VvE hebben verenigd waarmee ze een geldverstrekker kunnen benaderen. In de praktijk blijkt dat banken nog huiverig zijn om projecten te financieren. Waterschappen, provincies, gemeenten en pensioenfondsen zijn meer bereidwillig. We zien het als onze taak om alle relevante partijen in verduurzamingsprojecten te laten geloven.”

Hergebruik van materialen

Verduurzaming houdt meer in dan het verlagen van de CO2-uitstoot; ook het hergebruik van materialen en grondstoffen is er onderdeel van. En daar wordt bij Jaga werk van gemaakt. “We zorgen ervoor dat de materialen in de radiator weer kunnen worden hergebruikt, zodat we zo min mogelijk uit de natuur hoeven te halen”, zegt Bert Kriekels. Over verduurzaming kwam ook zijn broer Jan, die CEO van het bedrijf is, uitgebreid aan het woord tijdens ons bedrijfsbezoek.

De noodzaak van een ‘spirituele benadering’

Jan Kriekels benaderde in zijn presentatie de wereld op een filosofische manier. Zo vindt hij mensen over het algemeen te materialistisch, ze zouden zich wat spiritueler moeten opstellen. Een spirituele benadering is volgens Kriekels nodig om de wereld van de ondergang te redden. Volgens hem moet je nu allerlei maatregelen nemen waarvan je het resultaat niet meteen ziet. “Mensen die puur materialistisch denken, zijn daartoe lastig aan te zetten.”

‘Innovate or Die’

De visie dat de wereld moet veranderen, wordt duidelijk gemaakt in een boek van Kriekels, met de titel ‘Innovate or die’. Ook in het bedrijf zelf bestrijdt Kriekels kortzichtigheid. Dat doet hij met kunst: “Kunst stimuleert om anders te denken.” Speciaal hiervoor is een kunstenaar in dienst genomen. Om mensen op andere gedachten te brengen, nam Kriekels jaren geleden een deel van het personeel mee naar het Burning Man-festival. In de snikhete Nevada-woestijn bouwden ze onder Spartaanse condities aan een enorm kunstwerk.

Door Uko Reinders

Woningen van rond de eeuwwisseling verduurzamen

Bewoners van huizen die rond de eeuwwisseling zijn gebouwd zijn misschien wel het lastigst te mobiliseren om de schil van hun woning te verbeteren. Vanaf 1992 was de eis voor nieuwbouwwoningen een Rc-waarde van minstens 2,5 voor zowel het dak en de gevel als de vloer. Die eis zit nog lang niet op het niveau als de huidige eisen (4,5 voor de gevel, 6,0 voor het dak en 3,5 voor de vloer), maar voor hun gevoel zitten deze bewoners in een nieuw en comfortabel huis. Daarmee zijn woningen van rond de eeuwwisseling echter nog niet geschikt voor laagtemperatuurverwarming, legt Hubert-Jan Busch, passiefhuisspecialist bij Stostelt Busch, uit. “Vaak zijn de Rc-waarden van de huizen die rond 2000 zijn gebouwd iets hoger dan voorgeschreven in het Bouwbesluit, maar dat is nog steeds niet voldoende om efficiënt gebruik te kunnen maken van een warmtepomp.”

Sinds 1965 zijn de isolatie-eisen steeds strenger geworden.

‘Lage isolatiewaarden glas leidt tot koudeval’

Dat laatste heeft onder andere te maken met het feit dat balansventilatie veelal ontbreekt en er door de natuurlijke aanvoer van ventilatiesysteem C veel warmteverlies optreedt. “En ten tweede is het glas in deze woningen een punt van aandacht”, aldus Busch. “Rond de eeuwwisseling werd glas toegepast met een U-waarde 2,6 W/m²K. Pas in 2005 werd die norm aangescherpt tot Ug 1,6 (‘g’ staat voor glas. -red.). Hierdoor ontstaan koudeval en gebrek aan comfort. Bij deze woningen is het moeilijk om de ruimtes energiezuinig en comfortabel te verwarmen met alleen vloerverwarming, zeggen sommige experts. Hun motivatie is dat vloerverwarming in het voor- en najaar (als de temperatuurverschillen groot zijn) niet altijd snel genoeg reageert op de koude luchtstroming langs de binnengevel. Om die koudeval op te vangen, raden zij vloerverwarming en laagtemperatuurradiatoren aan.”

‘Vloerverwarming is niet traag’

Zelf denkt Busch dat vloerverwarming volstaat. “Ik zal nooit zeggen dat vloerverwarming traag is, dat is namelijk niet zo. Vloerverwarming wordt pas trager als bewoners ’s nachts de temperatuur een paar graden lager zetten. Als de temperatuur constant wordt gehouden, is er niets aan de hand en draagt vloerverwarming bij aan een stabiel en comfortabel binnenklimaat.” Natuurlijk kan ook worden gekozen voor nieuwe ruiten. Een tip is om daarbij te kiezen voor HR++ glas gevuld met argongas. De U-waarde (warmtetransmissie) van dit glas bedraagt 0,9 W/m2K volgens de norm EN 1279.”

Toekomstgerichte oplossingen

Voor woningen van rond de laatste eeuwwisseling raadt Busch aan om bij verbouwingen te kiezen voor de meest toekomstgerichte oplossingen. “Denk daarbij aan balansventilatie en een schil met isolatiewaarden op nieuwbouwniveau. Dat verbetert het comfort, en de woning wordt couranter. Voor het efficiënt laten functioneren van een warmtepomp is het niet nodig om een woning bijvoorbeeld naar Passiefhuisniveau te renoveren of te voldoen aan de huidige eisen. Maar er zijn nog dertig jaar te gaan tot 2050, en in die tijd zullen de eisen worden bijgesteld. Door nu op natuurlijke vervangingsmomenten te kiezen voor hoogwaardige oplossingen – dus een nieuw dak, buitengevelisolatie, HR++ glas en ventilatie met warmteterugwinning – is de woning op de toekomst voorbereid.”

Uitgangspunten voor Passiefhuis

Willen bewoners een stap verder gaan en hun huis renoveren naar Passiefhuisniveau, dan zijn de uitgangspunten anders. Daarbij zijn niet de isolatiewaarden maar is de energievraag leidend. Busch: “Een passiefhuis heeft een maximale warmtevraag van 15 kWh/m²/jaar. Er wordt uitgegaan van vijf pijlers: uitstekende schilisolatie, luchtdichte gebouwschil, triple glas, ventilatie met wtw/balans en minimale thermische lekken Dat laatste is echt een punt van aandacht. Houten voordeuren trekken in de loop der jaren vaak krom, door de brievenbus en het kattenluik komt een stroom koude lucht naar binnen én – een klassieker – denk ook aan de meterkast. Daar tocht het behoorlijk.”

Kosten van isolerende maatregelen

Aan de ingrijpende maatregelen die moeten worden getroffen, hangt een prijskaartje. “Wenselijk is om de gevel en het dak te isoleren naar Rc-waarden van minimaal 6,84. Dat is alleen mogelijk als het dak vervangen wordt en daarbij goed wordt gelet op de doorvoeren van bijvoorbeeld de ventilatie en de aansluitingen van de zonnepanelen. De kosten voor een nieuw dak bedragen ongeveer 100 euro per m². De gevel renoveren naar Passiefhuisniveau kan alleen met buitengevelisolatie (vanaf 100 euro per m²). Triple glas kost inclusief kozijnen circa 180 euro per m², en dan komen er nog kosten bij voor eventueel nieuwe deuren.”

‘Ondergeschikte installatiecomponent bij passiefhuizen’

Een voordeel is er wel: de aanschafkosten voor een warmtepomp vervallen. “In principe worden passiefhuizen verwarmd door een balansventilatiesysteem met naverwarming. Er is echter iets vreemds aan de hand: bij passiefhuizen is de installatiecomponent ondergeschikt omdat een WTW-systeem en een voorziening voor warmtapwater volstaan. Een kleine warmtepomp in een passiefhuis plaatsen kan, maar is eerlijk gezegd niet nodig. Het gevraagde vermogen van een passieve woning bedraagt slechts 500 tot 800 W, in het onvoordeligste geval 1,2 kW. De kleinste warmtepompen leveren nog altijd 2 kW en zijn daardoor te groot.”

Bron: www.vakbladwarmtepompen.nl, 11 november 2019 

Door: Katja van Roosmalen

Slimme elektriciteitsnetten in de wijk

De samenleving elektrificeert. Ook ons transport gaat mee in deze duurzame ontwikkeling. Het huidige elektriciteitsnet is niet altijd berekend op de grote hoeveelheden kilowatts die bijvoorbeeld zonnepanelen op het net brengen. Datzelfde geldt voor de groeiende vraag naar elektriciteit, nu steeds meer huishoudens een warmtepomp hebben en elektrisch rijden. Hoe kunnen slimme laadpalen het elektriciteitsnet ontlasten?

Van de nieuwe auto’s die vorig jaar in Nederland werden verkocht, was 6,7 procent elektrisch. Daarmee staat ons land op plek vier in Europa, na Noorwegen, IJsland en Zweden. In Nederland zijn we bovendien absolute frontrunners als het gaat om de laadinfrastructuur. Dat is niet alleen dankzij het uitgebreide roaming-netwerk, waardoor je met dezelfde laadpas vrijwel overal in Nederland terecht kunt. Ook zijn slimme softwareoplossingen volop in ontwikkeling. Drie trends op een rij.

Flexpowerpalen

Volgens Basten de Jonge, chargepoint engineer bij Vattenfall, is het verzwaren van het elektriciteitsnet niet noodzakelijk. “Door de inzet van slimme software kunnen we het net op wijkniveau ontlasten. Je kunt je voorstellen dat het net ’s avonds een enorme piek te verwerken heeft wanneer mensen thuiskomen, er steeds meer auto’s worden ingeplugd en een heleboel elektrische apparaten aangaan. Met slimme software, de zogeheten flexpoweroplossingen, kunnen we elektrische auto’s gestuurd opladen. Een paal die normaal 22 kWh levert, passen we op piekmomenten aan tot bijvoorbeeld 11 kWh. Daarmee ontlasten we het elektriciteitsnet. Andersom geldt hetzelfde: als we weten dat de zon sterk gaat schijnen, maar de afname door huishoudens laag is, kunnen we de laadsnelheid voor de auto hoger instellen.”
Amsterdam is de eerste plek ter wereld waar de flexpowerpalen afgelopen voorjaar zijn geïntroduceerd, vertelt Pieter van Ommeren, directeur e-mobility bij Vattenfall. Hiervoor werkt zijn bedrijf nauw samen met de gemeente en de netbeheerder. “De netbeheerder schat in hoe druk het de volgende dag op het net zal worden: dus hoeveel energie er nodig is én hoeveel energie er op het net komt door bijvoorbeeld zonnepanelen en windparken. Dat profiel sturen ze vervolgens naar ons en op basis hiervan stellen wij de laadpalen automatisch in op het juiste vermogen. Mogelijk worden die profielen in de toekomst meer realtime verstuurd, zodat we het net nog beter kunnen balanceren.”

Via deze software en zonder fysieke aanpassingen aan de paal zelf kunnen zelfs oudere laadpalen flexpowerpalen worden. Daarnaast zijn er steeds meer laadpalen op de markt die al ingesteld zijn op het slim verdelen van vermogens. De elektrische rijder heeft hier zelf ook de hand in. Zo kun je de auto bij thuiskomst alvast in de laadpaal pluggen, waarna je de auto zo instelt dat deze pas de volgende dag om zeven uur ’s ochtends volledig opgeladen hoeft te zijn.

Dynamic load balancing

Een gemiddeld huishouden kan al een behoorlijke belasting zijn voor een één of drie fasen aansluiting, bijvoorbeeld door het tegelijkertijd gebruiken van de inductiekookplaat, waterkoker, oven en warmtepomp. Er is dan nog maar weinig vermogen beschikbaar voor het opladen van de elektrische auto. De Jonge: “Om te voorkomen dat de stoppen eruit vliegen, is het mogelijk om op basis van het actuele stroomverbruik van een huishouden het beschikbare vermogen voor de laadpaal automatisch aan te passen. Slimme meters, die in steeds meer woningen te vinden zijn, geven deze gegevens door. Is iemand elektrisch aan het koken, dan laadt de auto tijdelijk iets minder snel op. Dit maakt het mogelijk optimaal gebruik te maken van de beschikbare aansluiting.”

Vehicle-to-grid

Doordat steeds meer mensen en bedrijven via de zonnepanelen op hun dak terug leveren aan het net, staan opslagmogelijkheden voor deze energie sterk in de belangstelling. “Omdat een elektrische auto in feite een grote batterij op wielen is, kan deze opslag een rol spelen in het ontlasten van het net,” vertelt De Jonge. Op dit moment kunnen veel elektrische auto’s nog niet terug leveren aan het net, maar er komen steeds meer modellen op de markt die daar wel toe in staat zijn.
De Jonge legt uit hoe deze vehicle-to-grid oplossing werkt: “Stel we hebben ’s nachts dankzij windmolens een overschot aan stroom. Met deze stroom kunnen we de elektrische auto’s opladen. Als de volgende dag de wind is gaan liggen, de zon niet echt schijnt en de gebruiker de auto die dag niet gebruikt, dan kun je de capaciteit uit die auto weer gebruiken om het huishouden te voeden. Om de auto op deze manier in te zetten, is de inbreng van de gebruiker van groot belang. Deze kan instellen op welk moment de auto weer volledig opgeladen moet zijn. Het grote voordeel van dit soort energiemanagement is dat je deels het net omzeilt en zo lokale, slimme energieoplossingen creëert.”

Door Robert Portier

Bron: www.energieplus.nl22 januari 2020

Een zonnige toekomst met PVT-panelen?

Als we het hebben over duurzaam energie opwekken, dan denken we vaak als eerste aan zonnepanelen, die elektrische energie leveren. Zonnepanelen zijn inmiddels rendabel en ingeburgerd. Maar …. gemiddeld gebruikt een huishouden drie keer zoveel energie aan warmte dan aan elektriciteit. Het duurzaam opwekken van warmte is echter heel wat lastiger (en duurder), zeker bij bestaande bouw. Dan komt al snel de warmtepomp om de hoek kijken.

Warmtepompen

Er zijn meerdere soorten warmtepompen voor verschillende situaties. Voor individuele (bestaande) woningen komt een lucht-water warmtepomp het meest in aanmerking maar die kent wel diverse nadelen: een forse buitenunit met een grote ventilator, die geluid produceert. Aan dat laatste worden weliswaar normen gesteld, maar toch.

Op internet is heel veel uitleg te vinden over de werking van een warmtepomp. Belangrijk daarbij is te weten:

  • dat er altijd een bron moet zijn die zijn warmte afstaat aan een koudemiddel. Die bron kan zijn de buitenlucht, de bodem, het oppervlaktewater enz. Bedenk dat zelfs bronnen (ver) onder het vriespunt nog warmte bevatten.
  • dat elektrische energie moet worden toegevoerd om de warmtepomp zijn werk te laten doen. Gelukkig komt er (veel) meer energie uit de warmtepomp dan dat erin gaat. De geleverde warmte-energie uit de warmtepomp is – afhankelijk van de omstandigheden – drie tot vijf keer zo groot dan de elektrische energie, die erin gaat. Die verhouding noemen we COP.

PVT-panelen in opmars

Hoewel al veel langer bekend, zijn PVT panelen de laatste tijd in opmars. Wat zijn PVT panelen?  PVT is een samenvoeging van PV en T.  PV staat voor Photo-Voltaïsch. Dat is het gewone bekende zonnepaneel. De T staat voor Thermisch. Dat is een zonnecollector. Een PVT paneel is dus een combinatie van een zonnepaneel en een zonnecollector ineen.

Achter (onder) het zonnepaneel zit de zonnecollector. Die zonnecollector vangt de warmte van de zon op die door of achterlangs het zonnepaneel gaat. Deze collector bestaat uit een buizensysteem gevuld met een vloeistofmengsel van water en glycol. Het glycol kan veel warmte opnemen en zorgt er tevens voor dat deze vloeistof niet kan bevriezen. Het water-glycol mengsel wordt eerst door de  PVT panelen gepompt, warmt daar op en gaat vervolgens naar de warmtepomp. Daar geeft het warmte af aan het koudemiddel en stroomt dan terug naar de panelen. Voordelen van een zonnecollector boven een zonnepaneel zijn dat een zonnecollector zelfs opwarmt bij bewolkt en koud weer en veel minder richtingsgevoelig is. Daarbij wordt bij warm weer het zonnepaneel door de zonnecollector gekoeld waardoor het rendement van het zonnepaneel stijgt. 

Hoeveel panelen

Hoeveel van deze panelen heb je nu nodig om je huis van het aardgas te halen? Dat varieert per leverancier maar voor een warmtepomp van 4 kW zijn dat ongeveer 10 panelen. Het grote voordeel is ook dat je met die 10 panelen minstens de benodigde elektriciteit kunt opwekken voor de warmtepomp. Niet alleen kun je zo van het aardgas af maar is je woning ook nog bijna energieneutraal. Een PVT-paneel vertegenwoordigt dus het beste van twee werelden. En dat zonder een grote logge buitenunit met een ventilator die geluid produceert.

Maar ik heb al zonnepanelen, zul je zeggen. Kunnen die nu op de schroothoop? Neen, er zijn losse T-delen te koop die je achter/onder zonnepaneel kunt laten monteren en zo van je zonnepaneel een PVT paneel maken.

Alternatief

Voor diegenen die een warmtepomp willen laten plaatsen kan een warmtepomp met PVT-panelen dus een goed alternatief zijn voor een lucht-warmtepomp. Wat zou je kunnen weerhouden? Warmtepompen zijn enorm in ontwikkeling. Nu nog gebruiken veel warmtepompen als koudemiddel R410A, dat milieutechnisch nadelen kent. De nieuwste warmtepompen gebruiken een natuurlijk koudemiddel zoals propaan. Verder is de hoogste afgiftetemperatuur nu nog 55 C en dat is te laag voor matig geïsoleerde woningen en voor de warmwatervoorziening. Sinds kort leveren de nieuwste warmtepompen temperaturen van 70 C. 

Februari 2020,

Marc Vintges

Wijk in beeld

John Kwaks heeft, in opdracht van de gemeente Tilburg, het wijkassessment ontwikkeld. In dit wijkassessment wordt een gestructureerd beeld geschetst van een Tilburgse wijk en de verschillende buurten in die wijk. Dit beeld dient als uitgangspunt voor de partijen die samen een plan van aanpak willen ontwikkelen om de wijk energieneutraal, CO2– neutraal of aardgasvrij te maken. In het wijkassessment wordt een grote hoeveelheid informatie geanalyseerd. Wat is de sociaaleconomische situatie, wat voor huizen staan er, hoe is de wijk opgebouwd, wat voor infrastructuur is er, wat voor sociale netwerken zijn er, welke plannen zijn er voor de wijk, wat is de recente geschiedenis, welke informatiekanalen zijn er beschikbaar, etc. Het beeld wordt voorgelegd aan mensen die de wijk goed kennen. Wordt het bijvoorbeeld herkend door bewoners? Tenslotte wordt geformuleerd welke acties uitgevoerd kunnen worden, voor welke doelgroep, met welke (communicatie)middelen en waar het aan bijdraagt. Deze acties zijn gebaseerd op wetenschappelijke inzichten en professionele praktijkkennis.

Een voorbeeld uit het wijkassessment voor de wijk Quirijnstok: ‘Biedt veel mogelijkheden aan om te besparen, ondersteund door collectieve inkoopacties. Denk hierbij ook aan het aanbieden van collectieve inkoopacties van bijvoorbeeld isolatiematerialen voor bewoners, die zelf aan de gang willen gaan. Benader de Noordraad Heikant/Quirijnstok om teams van klushulpen op te zetten: actieve en handige wijkbewoners, die (oudere) medebewoners willen helpen om de isolatie aan te brengen. In lijn met de rapportage van CE Delft moeten de inspanningen gericht zijn op het ophogen van het energielabel naar B door isolatiemaatregelen.’ 

De wijkassessments zijn besproken in twee kennissessies in januari en februari in de LocHal. Geert Verbong (TU Eindhoven), Martijn Groenleer (Universiteit van Tilburg), Anke van Hal (Universiteit Nijenrode) en Mieke Oostra (Hogeschool Utrecht) gingen vanuit hun eigen vakgebied in op het wijkassessment en gaven aan hoe het wijkassessment in de praktijk toegepast kan worden.

Het wijkassessment is gemaakt voor de vijf Tilburgse wijken in het SMILE-project: Quirijnstok, De Blaak, Theresia, De Kuil (Udenhout) en Het Zand. Of het wijkassessment ook toegepast gaat worden in andere wijken is op dit moment niet duidelijk. De wijkassessments zijn helaas (nog) niet openbaar.