Auteursarchief: Energiefabriek 013

Minister maant leveranciers van stadswarmte tarieven te verlagen of te investeren

Bron: Het Financieele Dagblad, 8 oktober 2019 https://fd.nl/economie-politiek/1319593/minister-maant-leveranciers-van-stadswarmte-tarieven-te-verlagen-of-te-investeren

Leveranciers van stadswarmte moeten volgend jaar hun tarieven laag houden of investeren in nieuwe warmtenetten. Dat schrijft minister Eric Wiebes van Economische Zaken aan grote warmteleveranciers. De reden is dat zij in 2018 meer winst maakten dan toegestaan.

Uit nieuwe cijfers van de Autoriteit Consument en Markt (ACM) blijkt dat grote warmteleveranciers dat jaar gemiddeld een hogere winst hebben gehaald dan deze toezichthouder redelijk vindt. Het gaat om een gemiddeld rendement van 7,1%, terwijl 6,6% de bovengrens is. De omzet van de warmtesector kwam vorig jaar uit op €658 mln.

Minister Wiebes heeft daarom verschillende warmtebedrijven op de vingers getikt, zo bevestigt het ministerie tegenover Energeia, de aan Het Financieele Dagblad gelieerde energienieuwssite. Nuon, Eneco en Ennatuurlijk, de grootste drie warmteleveranciers in Nederland, bevestigen de brief te hebben ontvangen. Het is de eerste keer dat de minister de sector hierover aanspreekt.

Heikel punt

In Nederland gebruiken ongeveer 400.000 huishoudens geen aardgas maar stadswarmte. Het kabinet heeft besloten huizen van het gas af te halen, waardoor het aantal aansluitingen op warmtenetten zal stijgen. Het tarief is een heikel punt mede omdat het warmtetarief tot nu toe meestijgt met de gasprijs. Coalitiepartij D66 riep eerder al op tot het bevriezen van de warmtetarieven voor 2020, omdat afnemers van duurzame warmte niet geconfronteerd hoeven te worden met de prijsstijging van aardgas.

Wiebes geeft met zijn brief een waarschuwing af, maar kan zo’n bevriezing wettelijk niet afdwingen. Wel kan de minister ingrijpen als de sector te hoge winsten blijft maken, zo staat in de Warmtewet. Ook de minister wil af van de gasprijskoppeling, maar zoekt nog naar alternatieven om de warmteprijs op te baseren.

Monopolie

Nagenoeg alle warmtebedrijven in Nederland hebben monopolie op hun leveringsgebied. Klanten kunnen niet overstappen van leverancier, zoals bij gas en elektriciteit. De consument wordt beschermd via de Warmtewet; de ACM houdt toezicht. Ieder jaar bepaalt de autoriteit het maximumtarief dat warmteleveranciers mogen vragen. Daarnaast mag de sector een zogeheten redelijk rendement op geïnvesteerd vermogen halen, dat ligt voor 2018 tussen 5,2% en 6,6%. De ACM kijkt eens in de twee jaar of de sector daaraan voldoet.

Het is de eerste keer dat de sector sinds de invoering van de Warmtewet in 2014 een te hoge winst haalt. Wel zijn er grote verschillen tussen grote en kleine warmtebedrijven. De eerste groep heeft meer dan vijfduizend klanten, kan risico’s beter spreiden en beschikt vaak over oudere netten. De investering in een nieuw warmtenet is hoog en winst wordt vaak pas na vijftien jaar gehaald, zo blijkt ook uit de ACM-cijfers.

Nuon, Eneco en Ennatuurlijk zeggen in een reactie dat zij de komende jaren zullen investeren in nieuwe warmtenetten en duurzame warmtebronnen, zoals geothermie, wat de winsten zal doen dalen. Over de tarieven voor consumenten zeggen de bedrijven dat zij in 2019 al minder vroegen dan de maximumprijs en daar in 2020 ook naar streven.

Afbouw salderingsregeling: minimumprijs voor met zonnepanelen opgewekte stroom

Bron: Solar Magazine, 28 oktober 2019  https://solarmagazine.nl/nieuws-zonne-energie/i19770/afbouw-salderingsregeling-minimumprijs-voor-met-zonnepanelen-opgewekte-stroom

Minister Wiebes wil in de wet vastleggen dat zonnepaneeleigenaren vanaf 2023 voor een steeds groter deel van de met hun zonnepanelen opgewekte stroom een ‘redelijke vergoeding’ van hun energieleverancier krijgen.

De minister meldt aan de Tweede Kamer dat zonnepaneeleigenaren vanaf 2023 een gedeelte van de opgewekte zonnestroom nog steeds kunnen salderen en dat zij voor het andere deel een redelijke vergoeding van de energiebedrijven gaan ontvangen. De percentages van deze 2 delen moeten in de komende periode nog definitief vastgelegd worden. Momenteel is de hoogte en de berekening van de redelijke vergoeding niet in wetgeving geregeld en dat wil Wiebes nu wél wettelijk gaan regelen. 

Kleinverbruikersaansluiting
Bij de huidige salderingsregeling mag een zonnepaneeleigenaar met een kleinverbruikersaansluiting alle zelfopgewekte elektriciteit die hij teruglevert aan het energiebedrijf wegstrepen – oftewel salderen – tegen de afgenomen elektriciteit. Op die manier ontvangt de kleinverbruiker voor de ingevoede elektriciteit precies hetzelfde bedrag als voor de afgenomen elektriciteit. Als een kleinverbruiker in een bepaald jaar meer elektriciteit op het net invoedt dan hij afneemt, dan geldt dat de energieleverancier voor dit overschot aan de kleinverbruiker een redelijke vergoeding betaalt.

Afbouw vanaf 2023
​Minister Wiebes van Economische Zaken en Klimaat meldde de Tweede Kamer in april 2019 dat de salderingsregeling in zijn huidige vorm gehandhaafd blijft tot 2023. Tot 1 januari 2023 verandert er daarmee niets voor wie al zonnepanelen heeft, maar vanaf dat jaar wordt de regeling tot 2031 stapsgewijs afgebouwd naar 0. In een brief aan de Tweede Kamer heeft de minister nu nadere toelichting gegeven op de voorgenomen afbouw.

‘De afbouw wordt zodanig vormgegeven dat de invoeding van kleinverbruikers vanaf 1 januari 2023 niet langer volledig tegen hun afname van elektriciteit van het net wordt gesaldeerd’, schrijft minister Wiebes. ‘In plaats daarvan mag de kleinverbruiker een percentage van de elektriciteit die op het net wordt ingevoed salderen met de afname van het net op dezelfde aansluiting. Dit percentage wordt geleidelijk afgebouwd naar 0, per 1 januari 2031. Het afbouwpad wordt in het najaar van 2019 definitief vastgesteld op basis van de meest recente cijfers uit de Klimaat en Energieverkenning 2019. Ook voor diegenen die recent of tot 2021 in zonnepanelen investeren en hun investering op dit moment nog niet hebben terugverdiend, resulteert de verlenging van de huidige salderingsregeling tot 1 januari 2023 in combinatie met de afbouw van salderen vanaf 1 januari 2023 naar verwachting in een gemiddelde terugverdientijd van circa 7 jaar.’

Klein deel ontvangt nu al ‘redelijke vergoeding’
Slechts een klein deel van de kleinverbruikers dat vandaag de dag al door middel van zonnepanelen elektriciteit opwekt, voedt netto elektriciteit op het net in en wekt dus meer zonnestroom op dan zij verbruiken.

Voor kleinverbruikers die meer elektriciteit op het net invoeden dan zij afnemen, geldt op dit moment dat de leverancier op grond van artikel 31c, derde lid, van de Elektriciteitswet 1998 verplicht is om deze kleinverbruiker daarvoor een redelijke vergoeding te betalen.

Hoogte redelijke vergoeding wettelijk vastleggen
‘Door het afbouwen van de salderingsregeling zal met elk verstreken jaar het aandeel op het elektriciteitsnet ingevoede elektriciteit dat niet langer voor saldering in aanmerking komt groter worden’, schrijft Wiebes in zijn Kamerbrief. ‘Daarmee wordt dus ook het surplus aan ingevoede elektriciteit groter waarvoor een vergoeding van de leverancier wordt verkregen. Momenteel is de hoogte en berekening van de redelijke vergoeding niet in wetgeving geregeld. De Autoriteit Consument en Markt hanteert het beleid dat een redelijke vergoeding minimaal 70 procent van de APX-prijs (red. de APX is een beurs waar energie verhandeld wordt) van elektriciteit moet bedragen. Ik ben voornemens de wettelijke mogelijkheid te creëren in lagere regelgeving nadere regels te stellen over de hoogte of berekening van de redelijke vergoeding die energieleveranciers aan kleinverbruikers moeten betalen.’

Consument beschermen met ondergrens
Door het een en ander wettelijk vast te leggen, wordt het volgens Wiebes mogelijk consumenten te beschermen door bijvoorbeeld een ondergrens voor de leveranciersvergoeding vast te stellen die als een redelijk tarief voor de invoeding van elektriciteit op het net wordt aangemerkt. Wiebes hierover: ‘Deze ondergrens draagt er ook aan bij dat investeringen in bijvoorbeeld zonnepanelen door kleinverbruikers financieel interessant blijven. Op dit moment heeft een kleinverbruiker nog weinig mogelijkheden tot vraagsturing of lokale opslag achter de meter, maar deze mogelijkheden zullen naar verwachting richting 2031 toenemen. Daarom verwacht het kabinet dat er richting 2031 geleidelijk meer marktwerking in de tarieven voor ingevoede elektriciteit mogelijk zal zijn. Hierdoor krijgen de leveranciers de gelegenheid om concurrentiemodellen te ontwikkelen voor invoeding zonder dat dat voor grote schokeffecten zorgt in de consumententarieven en de businessmodellen voor investeringen in zonnepanelen.’

Door Edwin van Gastel, Marco de Jonge Baas 

Organisatie Klimaatakkoord

Bron: website Klimaatakkoord, 1 november 2019 https://www.klimaatakkoord.nl/actueel/nieuws/2019/11/01/wiebes-maakt-organisatie-klimaatakkoord-bekend

Minister Wiebes van EZK heeft in een brief aan de Tweede Kamer toegelicht hoe het Klimaatakkoord verder zal worden uitgevoerd. Naast de uitvoeringsoverleggen per sector is er een centraal ‘Voortgangsoverleg’, dat ook een centraal platform organiseert.

Overleg

Wiebes benadrukt in zijn brief nogmaals dat de politiek verantwoordelijk is voor de uitvoering van het Klimaatakkoord. Tegelijk wordt het Energieakkoord geïntegreerd in het Klimaatakkoord. De partijen die zich aan de afspraken committeren nemen deel aan uitvoeringsoverleggen voor hun sector, onder verantwoordelijkheid van de vakministers. Sommige zijn al gestart. Zij zijn gericht op de uitvoering van de afspraken, en dus niet op heronderhandeling.

Het Voortgangsoverleg valt onder coördinerend minister Wiebes en zorgt voor ‘de verbinding tussen de uitvoering en de bredere maatschappelijke dialoog over het Klimaatakkoord’. Het zorgt ook voor de samenhang rondom de overlappende thema’s die meer sectoren raken, zoals systeemintegratie of financiering. In het Voortgangsoverleg zitten de voorzitters van de uitvoeringsoverleggen en trekkers van de thema’s.
 

Platform

Het Voortgangsoverleg organiseert ook een centraal platform, dat is bedoeld om ‘de community van het Klimaatakkoord blijvend aan elkaar te verbinden en een podium te organiseren voor dialoog’. Wiebes wil zo’n platform om samen met partijen na te blijven denken hoe (de invulling van) beleid beter kan en hoe van elkaar te leren.

Dit platform zal onder andere een evenement organiseren op de jaarlijkse Klimaatdag (de vierde donderdag van oktober), en ook kleinere en sectorale evenementen gedurende het jaar. De platformfunctie wordt ondersteund door de SER.

Monitoring

Momenteel wordt in opdracht van het kabinet ook een Voortgangsmonitor Klimaatbeleid ontwikkeld. Die gaat de uitvoering van de afspraken volgen. Deze monitor verschijnt vanaf 2020 bij de jaarlijkse Klimaatnota en kijkt naar de uitvoering, naar veranderingen in de randvoorwaarden of bij doelgroepen en naar de beleidsresultaten. Daarmee ontstaat vroegtijdig zicht op knelpunten. Samen met de inzichten uit de jaarlijkse Klimaat- en Energie Verkenning kan het kabinet het klimaatbeleid tussentijds bijsturen.

Groene waterstof krijgt wel degelijk kansen

Bron: Industrial Heat and Power, 2 oktober 2019 https://www.industrialheatandpower.nl/nl/nieuws-item/Groene-waterstof-krijgt-wel-degelijk-kansen/

De vrees dat de waterstofambities van de industrie door minister Wiebes in de grond worden gedrukt zijn volgens de minister onterecht. Uit de Klimaatenvelop (DEI) is een bedrag van zestig miljoen euro gereserveerd voor opslag en conversie, daar valt ook waterstof onder. Ook SDE++ financiering voor waterstof sluit Wiebes niet uit, maar de minister wil wel een garantie hebben dat waterstofprojecten daadwerkelijk tot CO2-reductie leiden.

Onlangs stuurde een aantal initiators van waterstofprojecten een brandbrief naar minister Eric Wiebes van Economische Zaken en Klimaat. De bedrijven zijn bang dat de eisen om in aanmerking te komen voor een SDE++ subsidie te hoog gegrepen zijn. Met name de emissiefactor van 183 gram per kilowattuur die het Planbureau voor de Leefomgeving hanteert voor de productie van groene waterstof is een doorn in het oog. (…)

CO2-reductie

Wiebes baseert zijn beslissing rondom groene waterstof op het definitieve rapport van het PBL over SDE++ voor CO2-reducerende opties dat in november verschijnt. Het concept-rapport gaat nog uit van een emissiefactor van 183 gram per kilowattuur. Deze emissiefactor is belangrijk omdat het doel van de SDE++ CO2- reductie is en het de vraag is hoeveel CO2-uitstoot er in totaal wordt gereduceerd door de productie en inzet van waterstof.

Vertrekpunt voor het PBL is dat in 2030 de voor elektrolyse benodigde elektriciteit nog niet volledig duurzaam is. Over tien jaar komt nog steeds een deel van de stroomvoorziening van gascentrales. Of waterstof daadwerkelijk groen is, is dan voornamelijk afhankelijk van het tijdstip dat de stroom wordt ingezet voor waterstofproductie.

Miljoenen euro’s

Wiebes: ‘In het Klimaatakkoord is een ambitieus waterstofprogramma aangekondigd met een gefaseerde aanpak. De focus ligt eerst op pilots en demonstratiefaciliteiten om opschaling en kostenreductie te ondersteunen. Uit de Klimaatenvelop is er voor opslag en conversie, inclusief waterstof, een bedrag oplopend tot zestig miljoen euro per jaar beschikbaar uit de DEI+-regeling. Er is hiermee ruime ondersteuning voor innovatieve waterstofprojecten.’

Aanlanding wind op zee

Wiebes zet bovendien in op het creëren van de juiste randvoorwaarden voor waterstofprojecten. Onderdeel hiervan is onder andere het grootschalig stimuleren van hernieuwbare energie om straks ook voldoende groene waterstof te kunnen produceren.

De minister onderzoekt bovendien de rol die tenders voor wind op zee kunnen spelen in systeemintegratie. In het Klimaatakkoord wordt aangegeven dat in de toekomst opties zoals uitbreiding van interconnectie en conversie naar waterstof tot de mogelijkheden behoren voor een kosteneffectieve inpassing van meer wind op zee. Deze optie wordt volgens Wiebes nog onderzocht.

Tesla introduceert Solarglass

Bron: Solar Magazine, 28 oktober 2019 https://solarmagazine.nl/nieuws-zonne-energie/i19768/tesla-introduceert-solarglass-productie-van-derde-versie-zonnedakpan-per-direct-van-start

Tesla heeft de derde versie van zijn zonnedakpan Solar Roof gepresenteerd. De nieuwe, dakgeïntegreerde zonnepanelen dragen de naam Solarglass en lijken min of meer op zwart glas.

Tesla-topman Elon Musk heeft in een toelichting gesteld dat de installatie van de zonnepanelen slechts 8 uur in beslag neemt. Amerikanen kunnen per direct een pre-order plaatsen voor de zonnepanelen die niet alleen sneller te installeren, maar ook minder duur zouden zijn en een langere levensduur zouden kennen.

Een zonnedak van 185 vierkante meter (2.000 vierkante voet) zou een vermogen van 10 kilowattpiek krijgen en een prijs van 33.950 Amerikaanse dollar na aftrek van subsidie. De zonnedakpannen hebben een garantie van 25 jaar en per stuk een formaat van 15 bij 45 inch.

1.000 Solar Roofs per week
Tesla maakte in augustus bekend de productie van zijn zonnedakpan Solar Roof in het resterende deel van 2019 en begin 2020 op te schalen. Topman Elon Musk meldde daarbij eind 2019 zo’n 1.000 Solar Roofs per week te willen produceren. Een doel dat Tesla nu herhaald heeft. Musk stelt in een toelichting dat dit productieniveau in de komende maanden gehaald moet worden, maar dat er nog wel een risico op tegenslagen is.

De pilotproductie zou aanvankelijk al in 2018 opgeschaald worden. Dat bleek eind vorig jaar echter nog steeds niet het geval. De orderboeken voor de zonnedakpannen liepen in 2016 na de opening al snel vol, maar de redactie van Solar Magazine meldde in maart 2018 al dat de Nederlandse vestiging van Tesla nog niet weet wanneer de eerste Nederlanders die Tesla’s solar roof besteld hebben hun nieuwe dak mogen verwachten.

Door Edwin van Gastel, Marco de Jonge Baas