Over: Overige

Geïntegreerde zonnepanelen voor monumenten

De Douaneloods in het Vlaamse Essen is van gebouw-geïntegreerde zonnepanelen voorzien. Dit is het resultaat van het project DEMI MORE, een Europese samenwerking van Vlaanderen en Noord-Brabant. Op zes locaties in Noord-Brabant en Vlaanderen zijn monumenten op innovatieve wijze energie-efficiënter gemaakt. 

Aanbevelingen

Om eigenaren te ondersteunen bij het energie-efficiënt maken van hun monument, zijn alle opgedane kennis en bevindingen vastgelegd in twee rapporten. Een rapport met het verduurzamingsproces als handvat voor de Belgische landsdelen, en een rapport met aanbevelingen voor een monumentvriendelijk BREEAM-NL, een beoordelingsmethode voor de duurzaamheid van gebouwen. Voor monumenten bestond deze methode namelijk nog niet.

Douaneloods

Met als doel het monument Douaneloods in Essen te verduurzamen en energie te besparen was het aantal opties beperkt. De aandacht ging uit naar het dak van de loods, een zadeldak met een knik in het dakvlak. Het midden van het dakvlak is iets steiler dan het onderste deel en omvat een lichtstraat, bestaande uit niet-originele pvc-golfplaten. Het totale oppervlak beslaat circa 800 vierkante meter. In deze uitgangssituatie ging de aandacht uit naar in de bouw geïntegreerde, semi-transparante zonnepanelen in de lichtstraat en die zijn uiteindelijk geplaatst.

De lichtstraat in de nok van het dak is gerestaureerd. In plaats van gewoon glas is gekozen is voor het gebruik van building integrated photovoltaics (bipv-)panelen. De opbrengst van de zonnecellen bedraagt circa 20.000 kilowattuur per jaar, bestemd voor de energiebehoefte van techniekpark Robotland. Omdat het bipv-systeem op maat gemaakt moest worden, zijn er diverse zaken onderzocht. Zo is onder meer een hygrothermische studie gestart, die onderzoekt of de bipv-panelen de lucht onder het dak mogelijk oververhitten waardoor de spanten zouden kunnen vervormen.

In deze video is het systeem in beeld gebracht.

De eindrapportage van het project DEMI MORE vind je via deze link.

Door Els Stultiens

Bron: Solar Magazine, 20 januari 2020

Boekbespreking

Veel mensen maken zich zorgen om de klimaatverandering, maar hebben ook veel vertrouwen in de mogelijkheden om de klimaatverandering tegen te gaan. Als we de CO2 uitstoot maar weten terug te dringen dan blijft er nog genoeg aarde over voor de generaties na ons.

De in Ierland wonende Paul Kingsnorth is minder optimistisch. Hij wordt ook wel omschreven als een ‘eindtijd denker’ die de hoop toch nog niet opgeeft en blijft geloven in de kracht van natuur. Ondanks zijn sombere kijk op de toekomst zijn zijn boeken erg lezenswaardig. Hij houdt ons een spiegel voor en beschrijft het belang van natuur en biodiversiteit om te kunnen overleven. Hij wijst er in zijn boek Bekentenissen van een afvallige milieuactivist op dat er meer nodig is dan het terugdringen van CO2 of stikstof. 

Op de site van VPRO’s tegenlicht wordt de volgende beschrijving van Kingsnorth gegeven.

”Denker en schrijver Paul Kingsnorth stond al vroeg op de barricades als natuurbeschermer. Zowel dichtbij huis in Engeland als aan de andere kant van de wereld in Papua-Nieuw-Guinea verzette hij zich tegen de onstilbare honger van de globaliserende wereld voor meer land, grondstoffen en spullen. Kingsnorth was een van de kopstukken van de milieubeweging en bereikte met zijn vlammende betogen een groot internationaal publiek. En toen kwam hij tot inkeer. Hij viel van zijn geloof dat de mensheid de wereld kon redden. In zijn gebundelde essays ‘Confessions of a recovering environmentalist’ (2017) beschrijft hij hoe de rekenaars van deze wereld de groene beweging van binnen uitholden en de barricades verruilden voor stropdas en vergadertafels. Het beperken van CO2-uitstoot werd het nieuwe gospel, omdat het meetbaar en te berekenen was. Maar volgens Kingsnorth is dat een illusie. Hij vindt dat de groene beweging van nu de nog overgebleven wilde natuur in een overwinningsroes inruilt voor een windmolenpark of zonnepanelen farm. De strijd is verloren.”

Vijf woningen, één warmtepompbron

Met één bodembron de warmtepompen van vijf woningen voeden. Itho Daalderop komt – met een concept dat flink op dure bronboringen bespaart en een alternatief vormt voor de lucht/water-warmtepomp of stadsverwarming in renovatie.

Het Warmtepompnet is een concept voor de projectmatige renovatiemarkt. Deze worden nu nog nauwelijks voorzien van bodemgebonden systemen, ondanks het feit dat deze warmtepompinstallaties energetisch goed presteren en de mogelijkheid tot gratis koeling geven. De kosten van de boringen, plus overlast die het met zich meebrengt, zijn voor veel opdrachtgevers te gortig. Omdat lucht/water-warmtepompen, of collectieve warmtenetten juist voor kleine projecten ook niet overal de handjes op elkaar krijgen, bedacht Itho Daalderop een mixvorm van eigenschappen van verschillende systemen: een mini-warmtenet met bodembron.

Diepe bron

Per vijf woningen wordt dan één heel diepe bron geboord van ongeveer 300 meter, die groot genoeg is om aan de vraag van het aangesloten woningblok te voldoen. De boring wordt dan op een plek gedaan waar de overlast het minst is. De woningen hebben wel elk hun eigen warmtepomp (WPU 5G), maar delen enkel de bron. Die bron is onderhoudsvrij. De pompen in de individuele warmtepompen zorgen ervoor dat de energiestromen in gang worden gezet. De investering in de boring kan over vijf woningen worden uitgesmeerd en dat maakt bodemenergie plots een stuk minder onaantrekkelijk. De uiteindelijke afrekening van het verbruik, gebeurt gewoon per woning.

Ervaringen

Een gezamenlijke bron wordt vaker toegepast, maar dan met name in gestapelde bouw. Itho Daalderop heeft al twintig jaar ervaring met bodemgebonden warmtepompsystemen. Het bedrijf heeft al 20.000 systemen opgeleverd en monitort die vanaf 2006. Met de ervaringen uit de renovatie en de tests met het warmtepompnet op zak, introduceert het bedrijf het concept op de VSK, maar dan voor grondgebonden (huur)woningen.

Voordeel: kleinere projecten

Voordeel voor de corporatie is dat niet gelijk een hele wijk hoeft te worden aangepakt. Het voordeel voor de installateur is dat hij in tegenstelling tot warmtenetten goede omzetmogelijkheden heeft, onderhoudscontracten kan aanbieden en hierin niet wordt gestuurd door de aanbieder van het warmtenet. Hoewel aangeraden wordt de woning eerst goed te isoleren voor de toepassing van lage temperatuurverwarming, zou het ook aangesloten kunnen worden op een bestaand afgiftesysteem. Bijkomend voordeel van de toepassing van bodemwarmte is verder dat met het systeem ook gekoeld kan worden.

Bron: www.aannemersvak.nl 21 januari 2020

Bijstandsuitkering niet gekort vanwege zonnepanelen

De opbrengsten van zonnepanelen worden niet in mindering gebracht op de uitkering van mensen die in de bijstand zitten. Dat meldt minister Wiebes naar aanleiding van Kamervragen van de PvdA. Gijs van Dijk en William Moorlag – Tweede Kamerleden namens de Partij van de Arbeid (PvdA) – stelden half december Kamervragen over het korten van mensen die in de bijstand zitten omdat zij zonnepanelen op hun dak hebben.

Geen invloed op hoogte
‘In de Participatiewet worden alle vermogens- en inkomensbestanddelen tot de middelen gerekend waarover de belanghebbende beschikt of redelijkerwijs kan beschikken’, schrijft minister Wiebes. ‘In de Participatiewet is een aantal specifieke vermogens- en inkomensbestanddelen hiervan uitgezonderd. Tevens wordt in de Participatiewet geëxpliciteerd wat – voor zover het de in aanmerking te nemen middelen betreft – onder inkomen wordt verstaan, dan wel “naar aard” met deze inkomsten en uitkeringen overeenkomt. De opbrengsten van zonnepanelen in het kader van privégebruik van de belanghebbende leveren primair een besparing op van het energiegebruik, en komen daarom ”naar aard” niet overeen met het in artikel 32 van de Participatiewet bedoelde inkomen. De bedoelde opbrengsten hebben dan ook géén invloed op de vaststelling van het recht op en de hoogte van de bijstand.’

‘Het genieten van voordeel uit het hebben van zonnepanelen voor eigen gebruik is niet aan te merken als inkomen in de zin van het Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten (AIB) en leidt daarmee niet tot het verrekenen van inkomsten met de uitkering bij de werknemersverzekeringen en andere sociale voorzieningen’, besluit de minister.

Door Edwin van Gastel, Marco de Jonge Baas 

Bron: Solarmagazine.nl, 15 januari 2020

Radiatoren voor lage temperaturen

Het is geen gewoonte van de Energiefabriek013 om voor een bepaald merk reclame te maken. Maar Jaga is ontegenzeggelijk voorloper bij ontwikkelingen om radiatoren en convectoren energiezuiniger en geschikt voor lagere temperaturen te maken. Daarbij werkt Jaga in de keten veel samen met andere fabrikanten. Reden om voor dit artikel een uitzondering op de regel te maken.

Idealistische fabrikant radiatoren over concepten, leasen, verwarmen én koelen

Bron: Vakblad Warmtepompen, 17 januari 2020

Met kreten als ‘Innovate or die’ schuift convectorfabrikant Jaga zijn visie niet onder stoelen of banken, zo blijkt tijdens een bezoek aan de Jaga-fabriek in het Belgische Diepenbeek. Het bedrijf vindt samenwerking belangrijk om woningen op grote schaal te verduurzamen. Niet alleen met leveranciers om concepten te ontwikkelen, maar ook met financiers om leaseconstructies op te tuigen. 

Jaga werd in 1962 opgericht door de broers Jan en Gaston, die uit de beginletters van hun voornamen de bedrijfsnaam hebben samengesteld. Ze hadden een werkplaats waarin ze op aanvraag uiteenlopende producten fabriceerden: van tuinhekken tot kroonluchters en juwelen. Daarmee waren ze actief tot een klant hen vroeg een radiator te maken. Vervolgens ontstond het idee om zich in dit soort producten te specialiseren.


Airconditioners als inspiratiebron

De radiatoren die de broers gingen produceren waren anders dan de gangbare modellen zoals we die ook in Nederland kennen. Ze werden geïnspireerd door een artikel over airconditionings in de Verenigde Staten, die daar destijds in opmars waren. Het principe van warmteoverdracht via koperen pijpen en lamellen werd van die techniek overgenomen. “En eigenlijk doen we nog steeds hetzelfde”, aldus Bert Kriekels, een van de opvolgers van Jan en Gaston bij Jaga, en verantwoordelijk voor de verkoop. “Koperen buisje, lamellen van aluminium, en een kastje eromheen, voor op de vloer, aan de wand of in het plafond.”

‘Koeling belangrijker dan verwarming’

Terwijl aan de radiatoren, waar later ventilatoren aan werden toegevoegd, niet veel veranderde, heeft de functie van de apparaten wel een verandering doorgemaakt. “Ze werden jarenlang alleen voor verwarming gebruikt, maar nu ook voor koeling. In nieuwe huizen is koelen zelfs belangrijker dan verwarmen.” Kriekels vergelijkt die nieuwe huizen met thermosflessen. ”Ze zijn zo goed geïsoleerd dat voor een prettig binnenklimaat over een heel jaar genomen meer koeling dan verwarming nodig is.”

Oude radiatoren vervangen door LTV

In de visie van Kriekels zijn woningen van na 1995 al zo goed geïsoleerd dat ze zonder aanpassingen aan de schil kunnen worden verwarmd en gekoeld met een warmtepomp. “Daarbij moeten de oude radiatoren worden vervangen door laagtemperatuurradiatoren. De laagste temperatuur om mee te koelen is 18 °C. Als je naar een lagere temperatuur gaat, ontstaat er condens”, stelt Kriekels.

‘Vloerverwarming is een traag systeem’

In combinatie met een warmtepomp wordt meestal gekozen voor vloerverwarming. Volgens Kriekels ten onrechte. Niet alleen vanwege commerciële redenen, maar ook omdat vloerverwarming volgens hem niet goed regelbaar is. “Er moet eerst een grote massa aan beton worden opgewarmd voordat de energie aan een ruimte wordt overgedragen. Dat maakt vloerverwarming een traag systeem. In een slecht geïsoleerde woning is dat niet zo’n groot probleem, maar in een huis met een goede schil is een systeem dat directer reageert beter”, luidt de visie van Kriekels, die erop wijst dat de Jaga-toestellen een kleine massa hebben die alleen warmte of koeling afgeven als dat nodig is.

 ‘Nonstop verwarmen leidt tot energieverspilling’

Kriekels vraagt zich af waarom woningen dag en nacht op temperatuur moeten worden gehouden. “Overdag is dat vaak niet nodig, omdat mensen dan op hun werk zijn, en ’s nachts ook niet omdat ze dan slapen.” Volgens Kriekels zorgt dat voor energieverspilling die kan worden voorkomen door gebruik te maken van radiatoren. “In een proefruimte op ons bedrijf hebben we gemeten dat het energieverbruik bij 16 uur verwarmen, van 8 uur ’s morgens tot 12 uur ’s nachts, 30 procent lager ligt dan bij 24 uur verwarmen.”

De kostendrempel van verduurzaming

Kriekels en zijn collega’s beseffen dat het verduurzamen van bestaande woningen kostbaar is en dat de kosten voor veel particulieren een obstakel vormen. De kostendrempel moet dus worden verlaagd. Daarom gelooft Jaga in verduurzamingsconcepten en in leasing als financieringsvorm. Het traditionele concept waarbij een aannemer alles bij elkaar zoekt past minder bij de verduurzaming van huizen. Dat komt vooral doordat verwarming met een warmtepomp ingewikkelder is dan met een cv-ketel.

Duurzame technieken combineren

“Met concepten willen we huiseigenaren een garantie voor een goed binnenklimaat bieden”, zegt Kriekels, die aangeeft dat zijn bedrijf zich graag bij concepten aansluit. Het een andere aanpak binnen de bouw en installatie waarmee de verduurzamings-slag mogelijk wordt gemaakt. De technieken bestaan al, maar ze moeten wel op de juiste manier worden gecombineerd. En mensen willen niet meer betalen dan ze nu doen. Dat kan met leasen.”

‘Banken zijn nog huiverig’

Kriekels beseft dat de financiering met leasing gemakkelijker is gezegd dan gedaan. “Belangrijk is dat eigenaren zich in een VvE hebben verenigd waarmee ze een geldverstrekker kunnen benaderen. In de praktijk blijkt dat banken nog huiverig zijn om projecten te financieren. Waterschappen, provincies, gemeenten en pensioenfondsen zijn meer bereidwillig. We zien het als onze taak om alle relevante partijen in verduurzamingsprojecten te laten geloven.”

Hergebruik van materialen

Verduurzaming houdt meer in dan het verlagen van de CO2-uitstoot; ook het hergebruik van materialen en grondstoffen is er onderdeel van. En daar wordt bij Jaga werk van gemaakt. “We zorgen ervoor dat de materialen in de radiator weer kunnen worden hergebruikt, zodat we zo min mogelijk uit de natuur hoeven te halen”, zegt Bert Kriekels. Over verduurzaming kwam ook zijn broer Jan, die CEO van het bedrijf is, uitgebreid aan het woord tijdens ons bedrijfsbezoek.

De noodzaak van een ‘spirituele benadering’

Jan Kriekels benaderde in zijn presentatie de wereld op een filosofische manier. Zo vindt hij mensen over het algemeen te materialistisch, ze zouden zich wat spiritueler moeten opstellen. Een spirituele benadering is volgens Kriekels nodig om de wereld van de ondergang te redden. Volgens hem moet je nu allerlei maatregelen nemen waarvan je het resultaat niet meteen ziet. “Mensen die puur materialistisch denken, zijn daartoe lastig aan te zetten.”

‘Innovate or Die’

De visie dat de wereld moet veranderen, wordt duidelijk gemaakt in een boek van Kriekels, met de titel ‘Innovate or die’. Ook in het bedrijf zelf bestrijdt Kriekels kortzichtigheid. Dat doet hij met kunst: “Kunst stimuleert om anders te denken.” Speciaal hiervoor is een kunstenaar in dienst genomen. Om mensen op andere gedachten te brengen, nam Kriekels jaren geleden een deel van het personeel mee naar het Burning Man-festival. In de snikhete Nevada-woestijn bouwden ze onder Spartaanse condities aan een enorm kunstwerk.

Door Uko Reinders