Fanmail

Leuk om het eerste stukje te mogen schrijven voor Energiefabriek 013! En ja, ik ben zeker lid van de fanclub, sinds 2012. Het was destijds een echte pioniersorganisatie en dat vond ik heel charmant, uiteraard naast de steeds urgenter wordende maatschappelijke doelen. Op die pioniersmentaliteit, die nog steeds lekker aanwezig is, kom ik zo terug. Eerst even naar die doelen van destijds. Want het is een grote valkuil om in het aanzwellend enthousiasme van zo’n mooie nieuwe club, niet lang genoeg en niet precies genoeg stil te staan bij de doelen of bedrijfsmatige opzet van de club.
Om te beginnen voelden we ons aangetrokken tot het vormen van een coöperatie. Een -toen – opkomende en trendy rechtsvorm die prachtig paste bij betrokkenheid van leden. Maar ook een vorm met een hoge aaibaarheid, die mij uitnodigde om wat vragen te stellen. Wat is ons specifieke en unieke karakter, “wat drijft ons en waarom een coöperatie?” Ik belde met deze vraag aan bij het bestuur en het grappige was dat binnen het bestuur dit gesprek nog niet gevoerd was. Voor de één was burgerbetrokkenheid een belangrijke drager– desnoods zonder verduurzaming. Voor de ander stond verduurzaming voorop – desnoods zonder burgerbetrokkenheid. Het gesprek dat ontstond gaf veel helderheid en focus, waarbij uiteindelijk het doel geformuleerd is als de combinatie van deze twee invalshoeken. Ons doel is leveren en produceren van duurzame energie waarbij burgers zelf ook het financieel gewin van ervaren. Burgers moeten zelf plezier hebben van energietransitie, dan alleen kan het werken. Betrokkenheid leidt dus zo mogelijk tot winstdeling en dat maakt Energiefabriek013 uitstekend waar. De deelname aan Spinderwind is een prachtig huzarenstukje.
Eerlijk gezegd heeft onze coöperatie nog steeds wel stukjes van de pioniersaard. Zo heb ik dit jaar nog geen verzoek gehad om mijn contributie te betalen. En ik denk dat het goed is om een stap verder te zetten richting volwassen organisatie; na te denken over de toekomst, over hoe wij ons bestaansrecht als ideële maar ook professionele organisatie kunnen uitbouwen. We zijn een organisatie die leunt op een klein arsenaal aan deskundige vrijwilligers en dus kwetsbaar is, terwijl de bedrijfsmatige continuïteit die van ons wordt verwacht – door leden en stakeholders – zal toenemen. Misschien gooi ik in dit eerste fanclubstukje direct de knuppel in het hoenderhok, maar is het niet goed om eens tien jaar vooruit te kijken en te onderzoeken of we onze doelen niet beter bereiken als we onze krachten regionaal bundelen…?

Marieke Prins

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *