Klimaatakkoord: waarom?

In onze komende nieuwsbrieven willen we je op de hoogte houden van de belangrijkste ontwikkelingen als gevolg van het in ontwikkeling zijnde Klimaatakkoord. Daarbij zal natuurlijk met name aandacht worden gegeven aan de onderwerpen die het meest betrekking hebben op de rol die de energiecoöperaties spelen in het kader van de energietransitie.
Deze eerste bijdrage gaat nog niet in op de actualiteit maar vertelt iets over het waarom en de achtergrond van het Klimaatakkoord.

De meeste klimaatwetenschappers zijn het erover eens dat menselijk handelen voor een groot deel verantwoordelijk is voor het opwarmen van de aarde. De atmosfeer wordt steeds warmer en als gevolg daarvan krijgen we meer stortregens of juist lange droge perioden en zwaardere stormen. Dit betekent dus perioden met hitte, droogte en natheid.
Om de opwarming te beperken tot maximaal 2 graden, en het liefst 1 graad, sloten 192 landen het Klimaatakkoord van Parijs. In dit akkoord heeft elk land een belofte gedaan om de CO2-uitstoot te beperken. Nederland is verantwoordelijk  voor ongeveer 0,7% van de werelduitstoot van CO2.

Het nationale Klimaatakkoord betekent voor Nederland de concretisering van de afspraken die we in Parijs hebben gemaakt. Zoals gebruikelijk doen we dit in ons land via het zogenaamde  ‘poldermodel’. De basisdoelstelling onder het Nederlandse Klimaatakkoord is het bereiken van 49% vermindering van de CO2-uitstoot in 2030. Uiteindelijk moeten geen fossiele brandstoffen (steenkool, aardolie, aardgas) meer gebuikt worden. Door tijdig met de omslag naar een duurzame energievoorziening te beginnen wordt voorkomen dat de transitie met grote schokken plaatsvindt.

Voor de ontwikkeling van het nationale Klimaatakkoord heeft het kabinet aan de bedrijven en organisaties gevraagd mee te gaan in het proces om de doelstelling voor 2030 (49% vermindering CO2-uitstoot) te realiseren.
Om dit te bereiken zijn er een vijftal overlegtafels, de zogenaamde ‘klimaattafels’ (elektriciteit, mobiliteit, industrie, landbouw en landgebruik, gebouwde omgeving) gestart.

De belangrijkste gassen die de aarde opwarmen zijn koolstofdioxide (CO2), methaan en lachgas.
Voor de energiecoöperaties zijn de uitkomsten van de tafels elektriciteit en gebouwde omgeving het belangrijkst. Dit betreft dan met name de (grootschalige) productie van duurzame energie en de besparing op het energieverbruik in de gebouwde omgeving.

Het resultaat van de tafels is in het zogenaamde voorstel Klimaatakkoord aangeboden aan het kabinet. In het voorstel staan ongeveer zeshonderd maatregelen om de broeikasgassen (CO2, methaan, lachgas) te verminderen. De maatregelen in het voorstel zijn inmiddels doorgerekend door zowel het Plan Bureau voor de Leefomgeving als ook het Centraal Plan Bureau. Het voorstel en de doorrekeningen zijn de basis voor een debat in de Tweede Kamer.

Uiteindelijk zal de energietransitie gerealiseerd moeten worden. Voor de energiecoöperaties is het belangrijk om te weten dat de afspraken met bedrijven, overheden en organisaties hiervoor met name op regionaal niveau worden gemaakt. Deze afspraken worden gebaseerd op de per regio te ontwikkelen Regionale Energie en Klimaat Strategie (REKS). Voor onze regio Hart van Brabant is inmiddels dit traject gestart. De 13 HvB-energiecoöperaties zijn betrokken bij de ontwikkeling van de REKS.

In de volgende nieuwsbrief zal nader worden ingegaan op de ontwikkeling van de REKS.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *